|
Deze soort onderzoeken
zijn vaak ingewikkeld en het is
dan ook niet
makkelijkom er
de juiste conclusies uit te trekken. Toch
geven de meeste onderzoeken
aandat anti-oxidanten zeer waarschijnlijk een rol spelen bij
het voorkomen ziekten. Maar wat zijn anti-oxidanten eigenlijk?
Om de rol van anti-oxidanten in ons lichaam goed te kunnen begrijpen is
meer kennis
nodig over
het
oxidatieproces
en de
gevolgen
daarvan.
Oxidatie is een chemisch proces dat in gang kan worden gezet door diverse
factoren waarvan zuurstof er één van is. Eigenlijk gaat het
om een potentiaalverschil dat ontstaat door bijvoorbeeld warmte, UV-licht,
elektrische lading, zuurstof, enz. Indien oxidatie snel en met vergaande
degradatie
van de
beginstof
gepaard
gaat, wordt
over
verbranding
gesproken.
Na
verbranding
blijven
meestal
eenvoudige
stoffen over
zoals
kooldioxide
en water.
Verloopt het
proces
langzaam dan
wordt de
term
oxidatie
gebruikt. In
vergelijking
met
verbranding
blijven
vrijwel
altijd
moleculen
over die
enigszins
lijken op de
uitgangsstof.
De chemische
en fysische
eigenschappen
zijn meestal
wel volledig
veranderd.
Een
voorbeeld:
de
verbranding
van ethanol
(alcohol)
levert
kooldioxide
en water op,
als ethanol
wordt
geoxideerd
ontstaat
azijnzuur en
water! Er
zijn veel
verschillende
oxidatiereacties;
de bekendste
is
ongetwijfeld
de oxidatie
van ijzer:
roest. Maar
niet alleen
ijzer is
onderhevig
aan de
destructieve
werking van
zuurstof,
ook vetten
en oliën
worden door
zuurstof
aangetast.
Welbeschouwd
is zuurstof
een erg
reactief
molecuul.
Chemisch is
dat te
verklaren
doordat
zuurstof
steeds de
neiging
heeft
elektronen
van andere
moleculen te
stelen. Het
zuurstofatoom
is een erg
instabiel
atoom. Welke
gevolgen dat
heeft blijkt
hieronder.
Soms zijn oxidatiereacties absoluut noodzakelijk voor de instandhouding
van onze gezondheid. We gebruiken bijvoorbeeld zuurstof om ons voedsel te
oxideren zodat we daar de benodigde energie uit kunnen halen. De benodigde
zuurstof ademen we constant in via de longen. Speciale onderdelen van de
cel (mitochondriën) gebruiken de zuurstof om energie vrij te maken
uit ingewikkelde moleculen (bijvoorbeeld suikers), die we via het voedsel
binnen gekregen hebben. De vrijgekomen energie wordt in een speciaal molecuul
opgeslagen: het ATP (adenosinetrifosfaat). Dit molecuul kan snel door de
cel verplaatst worden en daar waar energie nodig is wordt ATP omgezet tot
ADP waarbij de opgeslagen energie weer vrijkomt. ATP functioneert dus als
een accu voor de cel.
Een ander voorbeeld waaruit de onmisbaarheid van zuurstof
blijkt vinden we bij het afweersysteem (fagocytose). Speciale cellen van
het afweersystemen ruimen indringers op. Daarbij wordt waterstofperoxide
gemaakt. Waterstofperoxide heeft een ontsmettende werking en doodt de
schadelijke indringers. Nog een ander voorbeeld waaruit blijkt hoe onmisbaar
zuurstof voor de mens is: het zogenaamde MFO systeem. De afkorting MFO
staat voor Mixed Function Oxydase. MFO is een systeem in de lever dat
tot taak
heeft
giftige
stoffen om
te zetten in
niet giftige
stoffen.
Daarbij zijn
honderden
verschillende
enzymen
betrokken en
speelt
zuurstof een
centrale
rol. Ook bij
de
bloeddrukregulatie
zijn
oxidatie
reacties
nodig om dit
proces goed
te laten
verlopen. In
het lichaam
zijn nog wel
meer
voorbeelden
te vinden
waarbij
zuurstof een
onmisbare
rol vervult.
De slechte
invloed van
zuurstof.
Maar lang
niet altijd
zijn
oxidatiereacties
gewenst. De
reden van
deze
impopulariteit
zijn de
zogenaamde
vrije
radicalen.
Vrije
radicalen
hebben de
vervelende
eigenschap
met erg veel
stoffen te
reageren en
om te zetten
in
schadelijke
stoffen voor
het lichaam.
Vrije
radicalen
kunnen
schade
berokkenen
aan
eiwitten,
nuttige
vetten en
zelfs ons
erfelijk
materiaal is
niet veilig
voor de
vernietigende
werking van
vrije
radicalen. De vrije
radicalen, die ontstaan als gevolg van oxidatiereacties in ons lichaam,
hebben hetzelfde effect als een rotte appel in de mand: er volgt een kettingreactie
waarbij het schadelijke effect over gaat van het ene molecuul op het andere.
Dat verklaart de enorme schade die vrije radicalen kunnen aanrichten.
Om goed te kunnen begrijpen hoe vrije radicalen ontstaan is het belangrijk
eens goed naar het zuurstofmolecuul te kijken. Het zuurstofmolecuul is
opgebouwd uit twee zuurstofatomen. We hadden al gezien dat een zuurstofatoom
erg instabiel is door het elektronen tekort. Een zuurstofatoom zal steeds
proberen dit tekort aan te vullen door ergens anders elektronen te jatten.
Het zuurstofatoom is zo instabiel dat het in deze vorm niet kan bestaan.
Een iets stabielere vorm is het zuurstofmolecuul (O2) dat bestaat uit
twee zuurstofatomen. Weliswaar komt het dan vier elektronen tekort, maar
door de elektronen te paren vormt het een redelijk stabiel molecuul. Soms
paren de elektronen niet volledig en blijft één elektron
alleen zitten. Het vrije radicaal is geboren (O2-). Het vrije radicaal
reageert net zoals het zuurstofatoom en probeert overal elektronen weg
te halen. Het vrije radicaal wordt ook wel het superoxide anion (SOA)
genoemd en komt in vrijwel elke cel voor. Het SOA is zó reactief
dat het maar een kort zelfstandig leven kent namelijk minder dan 1
duizendste
van een
seconde!
In die tijd vult het vrije radicaal het elektron aan, gevolg is dat het
molecuul weer een elektron tekort komt: er ontstaat een kettingreactie
want het molecuul dat een elektronentekort heeft zal ook weer ergens anders
het elektronentekort aanvullen. Kortom: het ene gat wordt met het andere
gevuld. Net zolang totdat een anti-oxidant de kettingreactie
stopt.
Anti-oxidant
enzymen
Bij de bestrijding van vrije radicalen maakt het lichaam onder andere gebruik
van een aantal enzymen. De bekendste is het superoxide-dismutase (SOD).
Dit enzym wordt in cellen gemaakt en heeft daar ook de belangrijkste taak.
In de cel vindt veel oxidatie plaats in de mitochondriën (energiecentrales
van de cel). Als een soort bijproduct ontstaan ook veel vrije radicalen.
Het SOD kan de vrije radicalen direct bij de bron aanpakken en zet deze
om in waterstofperoxide. Het waterstofperoxide is ook niet geheel onschadelijk
en wordt weer afgebroken door het enzym katalase. Kenmerk van een enzym
is dat het fungeert als een soort tussenstap waarbij het zelf niet verbruikt
wordt. Met andere woorden: een enzym kan duizenden vrije radicalen onschadelijk
maken. Er zijn verschillende soorten SOD zoals het koper-zink SOD en het
mangaan-SOD.
De eerste verdedigingslinie tegen vrije radicalen wordt
dus gevormd door dit soort anti-oxidant enzymen. Mocht dit niet voldoende
zijn of aan de aandacht van de enzymen ontglippen dan volgt een tweede
barrière van anti-oxidanten de zogenaamde nutritieve anti-oxidanten.
Nutritieve
anti-oxidanten
Dit zijn anti-oxidanten die we via het voedsel binnen krijgen. Een anti-oxidant
is een stofje dat gemakkelijk een elektron kan afstaan. Zodoende wordt de
kettingreactie gestopt doordat het elektronentekort wordt opgeheven (het
gat wordt gevuld). Een andere belangrijke eigenschap van een goede anti-oxidant
moet zijn dat het anti-oxidant zo dicht mogelijk bij het vrije radicaal
kan komen. Met andere woorden de anti-oxidant moet in het medium waarin
de vrije radicalen zitten, op kunnen lossen. Het wateroplosbaar vitamine
C is een slechte anti-oxidant voor vrije radicalen die in oliën voorkomen.
Voor waterige oplossingen kan vitamine C wel een goede anti-oxidant zijn,
maar is bijvoorbeeld vitamine E een slechte anti-oxidant omdat deze niet
in water oplost. Groot verschil met de enzym anti-oxidanten is dat nutritieve
anti-oxidanten wel een verandering ondergaan en hun werking maar één
keer kunnen verrichten. Er worden drie groepen nutritieve anti-oxidanten
onderscheiden: mineralen, vitaminen en een groep met allerlei andere verbindingen
die een anti-oxidant werking hebben.
De schade
veroorzaakt
door
radicalen
Voordat we
beter gaan
kijken naar
anti-oxidanten
kijken we
nog even
naar de
schadelijke
effecten van
vrije
radicalen in
ons lichaam.
De bekendste
schade is de
zogenaamde
lipide-peroxidatie.
Onverzadigde
vetzuren
vervullen
allerlei
belangrijke
functies in
ons lichaam.
Door het
onverzadigde
karakter
zijn dit
type
vetzuren erg
gevoelig
voor
reacties met
zuurstof. Er
ontstaan
veranderde
vetzuren (de
zogenaamde
trans-vetzuren)
die nadelige
eigenschappen
voor onze
gezondheid
hebben. Het
vervelende
is dat de
oxidatie
niet beperkt
blijft tot
één
molecuul,
maar zich
als de
bekende
kettingreactie
verplaatst
waardoor de
schade erg
snel
toeneemt.
Vrije
radicalen
tasten niet
alleen de
onverzadigde
vetten aan,
ook ons
erfelijk
materiaal
(DNA)
ondervindt
schade. Als
we echt pech
hebben dan
vindt de
oxidatie
plaats in
belangrijke
cellen
waardoor
kanker zou
kunnen
ontstaan.
Ook
celmembranen
kunnen
beschadigd
raken door
oxidatie van
de vetzuren
in het
membraan.
Nog een
ander
voorbeeld
van de
schaduwzijde
van oxidatie
in ons
lichaam is
de oxidatie
van
cholesterol.
Hierdoor
ontstaat het
oxy-cholesterol
dat
gemakkelijk
aan de
wanden van
onze
bloedvaten
blijft
plakken.
Gebleken is
dat
cholesterol
dient als
een soort
noodrem om
de vrije
radicaal-kettingreactie
te stoppen!
We moeten er
dus voor
zorgen dat
de noodrem
niet
gebruikt
hoeft te
worden.
Er zijn nog
veel meer
schades in
het lichaam
bekend als
gevolg van
ongewenste
oxidatie.
Een
belangrijk
voorbeeld is
de schade
aan eiwitten
als gevolg
van
oxidatie.
Met name
eiwitten en
enzymen die
de
aminozuren
methionine
en/of
cysteïne
bevatten
zijn
gevoelig
voor
oxidatieschade.
Bekend
voorbeeld is
een enzym
dat in onze
longen
voorkomt en
van invloed
is op de
elasticiteit
van de
longen.
Aantasting
van dit
enzym zorgt
ervoor dat
op den duur
de
elasticiteit
van de
longen
terugloopt.
In extreme
gevallen
leidt dat
tot
longemfyseem.
Het
uiteindelijk
gevolg van
de
vernietigende
werking van
vrije
radicalen is
schade aan
allerlei
moleculen in
mens en
dier. Een
aantal
ziekten die
kunnen
ontstaan
door de
vrije
radicalen is
bekend.
Cataract
(staar) of
schade aan
aders kan
het gevolg
zijn. Vrije
radicalen
kunnen
onschadelijk
gemaakt
worden door
anti-oxidanten.
We kennen
twee typen
anti-oxidanten:
1)
anti-oxidant
enzymen
2)
nutritieve
anti-oxidanten

De
vitamine
anti-oxidanten
Bekendste is
ongetwijfeld
vitamine C
(ascorbinezuur).
De
anti-oxidant
werking
berust op
het afstaan
van
waterstofatomen.
Elk vitamine
C molecuul
kan twee
vrije
radicalen
onschadelijk
maken.
Vitamine C
is
wateroplosbaar
en werkt dus
alleen goed
in waterige
milieus. Een
variant die
op vitamine
C lijkt het
zogenaamde
ascorbylpalmitaat
is
vergelijkbaar
met vitamine
C, alleen
lost deze
goed op in
vetachtige
omgevingen
en niet in
waterige
omgevingen.
De andere
bekende
vitamine met
anti-oxidant
eigenschappen
is vitamine
E (tocoferolen).
Vitamine E
is een
vetoplosbaar
vitamine en
beschermt
dus vooral
de vetzuren
in het
lichaam (anti-lipide
oxidatie).
De
anti-oxidatieve
werking is
gelijk aan
die van
vitamine C.
Een andere
waardevolle
vitamine is
provitamine
A
(bètacaroteen)
waaruit het
lichaam
vitamine A
kan maken.
Men vermoedt
dat
provitamine
A een
belangrijke
factor
speelt in
het
voorkomen
van sommige
typen
kanker. Ook
de vitamines
van het
B-complex
dragen hun
steentje bij
om de
oxidatieve
schade te
beperken.
Met name
vitamine B2
is
belangrijk
omdat deze
vitamine
ertoe
bijdraagt
dat
glutathion-reductase
gevormd kan
worden.
Glutathion-reductase
helpt
geoxideerd
glutathion
te
regenereren.
Glutathion
is een
anti-oxidant
en is ook
nog eens in
staat
giftige
stoffen te
binden. Een
belangrijke
bescherming
voor ons
lichaam.
De
minerale
anti-oxidanten
Eigenlijk
zijn de
mineralen
helemaal
geen
anti-oxidanten,
maar
belangrijk
voor de
stabilisatie
van
anti-oxidatieve
enzymsystemen.
De drie
belangrijkste
mineralen
die een rol
spelen bij
het
anti-oxidatie
proces zijn:
selenium,
chroom en
zink.
Selenium is
een
onderdeel
van het
eerder
genoemde
glutathion-anti-oxidant
systeem.
Zonder
selenium
functioneert
het enzym
niet goed.
Zink is
belangrijk
voor een
goed
functioneren
van het SOD
(superoxide
dismutase).
En ook
chroom
speelt een
rol bij het
voorkomen
van oxidatie
van
cholesterol
in het
bloed.
Op weg
naar
onsterfelijkheid
Enkele
maanden
geleden
wisten
enkele
Amerikaanse
wetenschappers
te melden
dat wormen
gevoed met
anti-oxidanten
anderhalf
keer langer
leefden dan
wormen
zonder het
speciale
dieet. Ook
wormen die
genetisch
zodanig
veranderd
waren dat ze
normaal veel
korter
zouden
leven, waren
geholpen met
het
anti-oxidant
dieet. Ze
bereikten
ondanks de
afwijking
weer de
gemiddelde
normale
leeftijd als
de genetisch
intacte
wormen.
Volgens de
onderzoekers
was dit de
eerste keer
dat
aangetoond
is dat
anti-oxidanten
verouderingsprocessen
vertragen.
Kortom: de
worm is al
op weg naar
onsterfelijkheid.
Andere
anti-oxidanten
Een bekende
groep van
stoffen met
een
anti-oxidatieve
werking is
de groep van
de
bioflavonoïden.
Er zijn
duizenden
verschillende
flavonoïden
bekend.
Enkele
voorbeelden:
flavonoïden
in groene
thee;
afkomstig
van de
theeplant
Camellia
sinesis.
Flavonoïden
in citrus of
soja. Elke
groep heeft
zijn eigen
kenmerkende
flavonoïden
met ook
specifieke
werking.
Bronnen van
flavonoïden
zijn
citrusvruchten,
tomaten,
uien, groene
thee, rode
wijn, kool,
peterselie,
etc. De
flavonoïden
in wijn
werden
enkele jaren
geleden
zelfs
wereldnieuws.
In 1991 werd
de Franse
paradox
wereldnieuws
door een
reportage
van een uur
uitgezonden
door CBS. De
reportage
ging over
het verband
tussen
levensstijl
en het
aantal hart-
en
vaatziekten
in
Frankrijk.
Ondanks dat
de Fransen
veel meer
vet, eieren,
vette sauzen
enz. naar
binnen
werken dan
Amerikanen
is het
aantal hart-
en
vaatziekten
in Frankrijk
40% lager
dan in de
V.S. Het
leek een
paradox:
veel vet
eten en toch
minder hart-
en
vaatziekten.
De
verklaring
werd
gevonden in
een andere
typisch
Franse
gewoonte:
rode wijn
drinken. De
vraag was
uiteraard
wat de
beschermende
component
was? Al snel
kwam de
groep van de
bioflavonoïden
om de hoek
kijken. Tot
de groep van
bioflavonoïden
behoren de
proanthocyanides
die ook
bekend staan
als goede
anti-oxidanten.
Bovendien
bestaat het
vermoeden
dat
bioflavonoïden
de gladde
spieren van
aderen tot
rust brengt.
De ophef was
groot na de
reportage en
nog steeds
duiken
regelmatig
berichten op
van
onderzoeken
die de
Franse
paradox
bevestigen
maar soms
ook niet
bevestigen.
Zoals zo
vaak met dit
soort
onderzoeken
is het de
vraag hoe
het
onderzoek is
uitgevoerd,
daarover
later meer.
Definitief
bewijs dat
rode wijn de
oorzaak is
van het
lagere
aantal hart-
en
vaatziekten
onder de
Franse
bevolking,
laat nog wel
even op zich
wachten.
Misschien
maken de
Fransen zich
ook wel
minder druk
over
allerlei
aardse zaken
en hebben ze
de werking
van
bioflavonoïden
minder
nodig!?
Anthocyaniden
Andere
stoffen die
tot de groep
van de
bioflavonoïden
behoren zijn
de (al
eerder
genoemde)
anthocyaniden.
Anthocyaniden
zijn vooral
belangrijk
bij de
bescherming
van de
haarvaten.
Bekend
voorbeeld is
pycnogenol
dat veel in
pijnbomen
voorkomt.
Pycnogenol
is een
wateroplosbaar
anti-oxidant
die zelfs
een nog
krachtiger
anti-oxidant
is dan
vitamine C.
Ook
silymarine
behoort tot
de
bioflavonoïden
en komt van
nature veel
voor in
Mariadistel.
Ook
quercetine
en rutine
beschermen
het lichaam
(met name de
membranen)
tegen
oxidatieve
schade.
Aminozuren
Ook enkele
aminozuren
bezitten een
anti-oxidant
werking met
name
methionine,
cysteïne,
tryptofaan
en tyrosine.
Het al
eerder
genoemde
glutathion
is opgebouwd
uit drie
aminozuren
namelijk
cysteïne,
glycine en
glutaminezuur.
Co-enzym-Q10
(bekend van
de reclame)
heeft een
functie als
elektronentransporteur
bij de
energie
overdracht
van
ingewikkelde
moleculen,
naar het
energierijke
molecuul ATP.
Q10 bezit
bovendien
een
anti-oxidatieve
werking, dat
komt erg
mooi uit
omdat als
nevenproduct
vaak vrije
radicalen
ontstaan
tijdens de
productie
van ATP.
Conclusie
In de
huidige
samenleving
zien we dat
veel mensen
steeds
minder
groente en
fruit eten.
Daardoor
krijgen ze
ook veel
minder
anti-oxidanten
binnen. Een
suppletie
van
anti-oxidanten
kan voor
sommige
mensen
heilzaam
werken (denk
aan
ouderen).
Bovendien is
het raadzaam
niet te
kiezen voor
één
anti-oxidant
maar voor
zoveel
mogelijk
verschillende
vanwege de
mogelijk
synergetische
werking van
anti-oxidanten
in ons
lichaam. Het
beste advies
lijkt ook
hier: eet
met mate,
maar gezond
(groente en
fruit) en
gevarieerd.
Bron:http://www.kennislink.nl
|